Wat is Scantest?
Testmethode waarbij de toestand binnen de schakeling wordt ingesteld en uitgelezen met een scanketen, waarin de flipflops in een keten zijn verbonden.
Japanse benaming: スキャンテスト
“Scantest” komt voor in 3 oefenvragen uit 1 onderwerpen, bijv. Testen en inspectie.
Vakgebied: Testen en inspectie
Patronen, fouten en ATPG
Scanpatronen worden gegenereerd door tools voor automatische testpatroongeneratie (ATPG), die zich richten op foutmodellen zoals stuck-at-fouten, waarbij wordt aangenomen dat een knooppunt vastzit op 0 of 1, en transitiefouten, die knooppunten modelleren die te traag schakelen en worden getest met capture-klokken op volle snelheid (at-speed). De kwaliteit van een patroonset wordt uitgedrukt als foutdekking (fault coverage). De kosten van scan zijn extra oppervlak voor de multiplexers en de bedrading, een kleine extra vertraging aan de flipflopingangen en de ontwerpinspanning voor DFT-regels (design for testability), zoals ervoor zorgen dat klokken en resets tijdens de test bestuurbaar blijven.
Veelgestelde vragen
Wat is het doel van een scanketen?
Een scanketen koppelt tijdens de test de flipflops van een chip tot een schuifregister, zodat elke interne toestand direct kan worden ingesteld en uitgelezen. Daardoor is een hoge foutdekking haalbaar met automatisch gegenereerde patronen.
Wat is het verschil tussen scantest en JTAG boundary scan?
Interne scan koppelt de flipflops in de kern om de on-chip logica te testen, terwijl boundary scan (IEEE 1149.1) cellen bij de I/O-pinnen koppelt om verbindingen tussen chips op een board te testen. Beide werken met serieel schuiven, maar ze dekken verschillende delen van het systeem af.
Waarom zijn onbekende waarden (X) een probleem bij scancompressie?
Een X die de compactor aan de uitgang binnenkomt, mengt zich met andere bits en maakt het gecompacteerde resultaat onvoorspelbaar. Het kan dan niet met de verwachte waarde worden vergeleken, waardoor fouten onopgemerkt kunnen blijven. X-masking en X-vrije ontwerppraktijken voorkomen dit.