Kansrekening, statistiek en wachtrijen
A haalde 80 punten op toets X en B haalde 75 punten op toets Y. Toets X had een gemiddelde van 65 en een standaardafwijking van 10, en toets Y had een gemiddelde van 60 en een standaardafwijking van 6. Welke vergelijking van hun relatieve positie binnen hun eigen toets, met de gestandaardiseerde waarde z = (score − gemiddelde) ÷ standaardafwijking, is juist?
- AA staat hoger, omdat A 5 punten meer heeft dan B
- BB staat hoger, omdat de z van A 1,5 is en die van B 2,5
- CZe staan op dezelfde positie, omdat beiden 15 punten boven het gemiddelde zitten
Antwoord en toelichting tonen
Antwoord: B. B staat hoger, omdat de z van A 1,5 is en die van B 2,5
Voor A is z = (80 − 65) ÷ 10 = 1,5 en voor B is z = (75 − 60) ÷ 6 = 2,5. Beiden zitten 15 punten boven het gemiddelde, maar toets Y heeft een kleinere spreiding, zodat B, gemeten in eenheden van de standaardafwijking, verder boven het gemiddelde ligt. Door te standaardiseren kunnen relatieve posities worden vergeleken, zelfs tussen gegevens met verschillende gemiddelden en eenheden.
Verder: nog 9 vragen over Kansrekening, statistiek en wachtrijen