Basis van digitale signaalverwerking

Welke combinatie van polen en stabiliteit is juist voor het causale systeem met overdrachtsfunctie H(z) = 1/(1 − 1,3z⁻¹ + 0,4z⁻²)?

  1. ADe polen zijn z = −0,5 en z = −0,8, en het systeem is stabiel
  2. BDe polen zijn z = 0,5 en z = 0,8, en het systeem is stabiel
  3. CDe polen zijn z = 1,25 en z = 2, en het systeem is instabiel
Antwoord en toelichting tonen

Antwoord: B. De polen zijn z = 0,5 en z = 0,8, en het systeem is stabiel

Teller en noemer met z² vermenigvuldigen geeft H(z) = z²/(z² − 1,3z + 0,4), en de polen volgen uit z² − 1,3z + 0,4 = (z − 0,5)(z − 0,8) = 0: z = 0,5 en z = 0,8. Een causaal systeem is stabiel als alle polen binnen de eenheidscirkel liggen (|z| < 1), dus dit systeem is stabiel. Lost men de noemer op als polynoom in z⁻¹, 1 − 1,3p + 0,4p² = 0 (p = z⁻¹), dan vindt men p = 1,25 of p = 2, maar dat zijn de omgekeerden van de polen, niet de polen zelf.

Dit onderwerp oefenen Naar de onderwerppagina

Meer vragen over Basis van digitale signaalverwerking

  1. Een FIR-filter met overdrachtsfunctie H(z) = 1 + z⁻² (y[n] = x[n] + x[n − 2]) werkt met een bemonsteringsfrequentie van 8 kHz. Bij welke frequentie van een sinusvormig ingangssignaal is de uitgang 0?
  2. Welke combinatie van de grootte van de versterking bij DC en bij de nyquistfrequentie is juist voor het filter y[n] = x[n] − x[n − 1] (het verschil met de vorige ingangswaarde)?
  3. Wat is een kenmerk van een FIR-filter (filter met eindige impulsrespons)?
  4. Welk van de volgende FIR-filters met 5 taps heeft een lineaire fase?
  5. Wat is de groepsvertraging van een FIR-filter met lineaire fase en 101 taps (met symmetrische coëfficiënten)?