Basis van regeltechniek
Bij de methode van Ziegler–Nichols met de kritische versterking wordt de versterking met alleen proportionele regeling verhoogd tot er een aanhoudende oscillatie ontstaat; uit die versterking Ku en de periode van de oscillatie Tu worden de PID-parameters bepaald als Kp = 0,6Ku, Ti = 0,5Tu en Td = 0,125Tu. Welke waarden gelden voor Ku = 8 en Tu = 2 s?
- AKp = 4, Ti = 1 s, Td = 0,25 s
- BKp = 4,8, Ti = 1 s, Td = 0,25 s
- CKp = 4,8, Ti = 4 s, Td = 16 s
Antwoord en toelichting tonen
Antwoord: B. Kp = 4,8, Ti = 1 s, Td = 0,25 s
Kp = 0,6 × 8 = 4,8, Ti = 0,5 × 2 = 1 s en Td = 0,125 × 2 = 0,25 s. In parallelle vorm is de integrerende versterking Ki = Kp/Ti = 4,8 s⁻¹ en de differentiërende versterking Kd = Kp·Td = 1,2 s. De methode met de kritische versterking is praktisch omdat ze zonder model van het proces werkt, maar de respons die ze oplevert is tamelijk oscillerend: de amplitude krimpt per periode tot ongeveer een kwart. Ze dient daarom als vertrekpunt, gevolgd door bijstellingen zoals het verlagen van de versterking terwijl men de doorschot in het oog houdt.