Basis van regeltechniek
Een eerste-ordesysteem in continue tijd met zijn pool op s = −100 s⁻¹ wordt gediscretiseerd met een bemonsteringsperiode Ts = 1 ms. Welke waarde ligt het dichtst bij de discrete-tijdpool volgens het verband z = e^(sTs)?
- A−0,1
- BOngeveer 0,905
- COngeveer 1,105
Antwoord en toelichting tonen
Antwoord: B. Ongeveer 0,905
z = e^(−100 × 0,001) = e^(−0,1) ≈ 0,905. De afbeelding z = e^(sTs) beeldt de linkerhelft van het s-vlak af op het inwendige van de eenheidscirkel van het z-vlak, dus een stabiele continue-tijdpool wordt een discrete-tijdpool met een grootte kleiner dan 1. Is de bemonsteringsperiode veel korter dan de tijdconstante (hier 10 ms), dan nadert de pool 1. Benaderen met de achterwaartse differentie s ≈ (1 − z⁻¹)/Ts geeft 1/(1 + 0,1) ≈ 0,909, bijna dezelfde waarde.