Basis van regeltechniek

Een eerste-ordesysteem in continue tijd met zijn pool op s = −100 s⁻¹ wordt gediscretiseerd met een bemonsteringsperiode Ts = 1 ms. Welke waarde ligt het dichtst bij de discrete-tijdpool volgens het verband z = e^(sTs)?

  1. A−0,1
  2. BOngeveer 0,905
  3. COngeveer 1,105
Antwoord en toelichting tonen

Antwoord: B. Ongeveer 0,905

z = e^(−100 × 0,001) = e^(−0,1) ≈ 0,905. De afbeelding z = e^(sTs) beeldt de linkerhelft van het s-vlak af op het inwendige van de eenheidscirkel van het z-vlak, dus een stabiele continue-tijdpool wordt een discrete-tijdpool met een grootte kleiner dan 1. Is de bemonsteringsperiode veel korter dan de tijdconstante (hier 10 ms), dan nadert de pool 1. Benaderen met de achterwaartse differentie s ≈ (1 − z⁻¹)/Ts geeft 1/(1 + 0,1) ≈ 0,909, bijna dezelfde waarde.

Dit onderwerp oefenen Naar de onderwerppagina

Meer vragen over Basis van regeltechniek

  1. Een motor wordt met cascaderegeling geregeld, met een stroomlus (koppellus) binnenin en een snelheidslus daarbuiten. Welke ontwerpaanpak is juist?
  2. Voor een step-down-DC-DC-omvormer (buck) met een schakelfrequentie van 500 kHz wordt de terugkoppellus voor de uitgangsspanning ontworpen. Welke richtlijn voor de keuze van de versterkingsdoorsnijfrequentie is gangbaar?
  3. Welke beschrijving van sequentiële besturing is juist?
  4. Welke beschrijving van terugkoppelregeling (gesloten-lusregeling) is juist?
  5. Wat is de juiste reden om feedforwardregeling te combineren met terugkoppelregeling?

Vergelijkingen bij dit onderwerp