Wat is Substraatbiaseffect (body-effect)?
Verschijnsel waarbij een sperspanning tussen source en substraat (body) de lading in de uitputtingslaag doet toenemen en de drempelspanning verhoogt. Ook body-effect genoemd. Soms gebruikt om de drempel bij te stellen.
Japanse benaming: 基板バイアス効果
“Substraatbiaseffect (body-effect)” komt voor in 3 oefenvragen uit 1 onderwerpen, bijv. MOSFET.
Vakgebied: MOSFET
Typische grootte van het effect
Analoge ontwerpers drukken het body-effect vaak uit als de verhouding gmb/gm, die voor bulktransistors afhankelijk van dotering en instelling meestal ruwweg tussen 0,1 en 0,3 ligt. Bij een sourcevolger in een gangbaar p-substraatproces, waarin de nMOS-body aan massa ligt, is de versterking beperkt tot ongeveer gm/(gm + gmb), zelfs met een ideale belasting. Door de transistor in een eigen well te plaatsen en de body met de source te verbinden verdwijnt het effect, ten koste van extra oppervlak en wellcapaciteit.
Veelgestelde vragen
Is het body-effect hetzelfde als het substraatbiaseffect?
Ja. Beide namen beschrijven de verandering van de drempelspanning van een MOSFET door een spanning tussen source en body (substraat); sperspanning verhoogt Vth en een spanning in doorlaatrichting verlaagt die.
Waarom verlaagt het body-effect de versterking van een sourcevolger?
Als de uitgang (source) beweegt, verandert de source-bodyspanning en verschuift Vth, wat werkt als een tweede transconductantie gmb die het signaal tegenwerkt. De versterking wordt ongeveer gm/(gm + gmb) in plaats van 1 te benaderen.
Hoe kun je het body-effect elimineren?
Door de body van elke transistor met zijn eigen source te verbinden verdwijnt VSB, maar dan moet het device in een aparte well liggen. Dat kost oppervlak en is in een bepaald proces alleen mogelijk voor het transistortype dat in een well ligt.