Basis van elektrische schakelingen en elektromagnetisme
Welke waarde ligt het dichtst bij de bandbreedte (het verschil tussen de twee frequenties waarbij de stroom daalt tot 1/√2 van de waarde bij resonantie) van een serie-RLC-resonantiekring met R = 10 Ω, L = 1 mH en C = 10 nF?
- ACirca 1,6 kHz
- BCirca 10 kHz
- CCirca 50 kHz
Antwoord en toelichting tonen
Antwoord: A. Circa 1,6 kHz
De resonantiefrequentie is f0 = 1/(2π√(LC)) ≈ 50,3 kHz en de kwaliteitsfactor Q = (1/R)√(L/C) = (1/10) × √(1×10⁻³/(10×10⁻⁹)) ≈ 316/10 ≈ 31,6. De bandbreedte is BW = f0/Q ≈ 50,3 kHz/31,6 ≈ 1,59 kHz. Bij een serie-RLC-kring kan men haar ook rechtstreeks bepalen als BW = R/(2πL) = 10/(2π × 1×10⁻³) ≈ 1,59 kHz. Hoe kleiner de weerstand, hoe smaller de bandbreedte en hoe hoger de frequentieselectiviteit.
Verder: nog 9 vragen over Basis van elektrische schakelingen en elektromagnetisme