Basis van elektrische schakelingen en elektromagnetisme
Een ongeladen condensator C wordt via een weerstand R met een gelijkspanning E volledig opgeladen. Welke uitspraak over de energie die daarbij in de weerstand wordt gedissipeerd is juist?
- A(1/2)CE², ongeacht de waarde van R: de helft van de energie CE² die de bron levert
- BHoe kleiner R, hoe kleiner; als R naar 0 gaat, gaat ze naar 0
- CCE², ongeacht de waarde van R
Antwoord en toelichting tonen
Antwoord: A. (1/2)CE², ongeacht de waarde van R: de helft van de energie CE² die de bron levert
Tijdens het laden levert de bron de lading Q = CE, dus de bron verricht de arbeid QE = CE². In de condensator wordt (1/2)CE² opgeslagen, en de overige (1/2)CE² wordt in de weerstand in warmte omgezet. Integreert men het vermogen in de weerstand met i = (E/R)e^(−t/RC), dan volgt ∫i²R dt = (E²/R) × RC/2 = (1/2)CE², waarin R wegvalt. Een kleine R maakt de stroom alleen groter en korter; het totale verlies blijft gelijk. Ook het dynamisch vermogen CV²f van CMOS-logica komt voort uit dit laad- en ontlaadverlies.
Verder: nog 9 vragen over Basis van elektrische schakelingen en elektromagnetisme