Basis van elektrische schakelingen en elektromagnetisme
Op een gelijkspanningsbron van 10 V worden twee takken parallel geschakeld: R1 = 1 kΩ in serie met R2 = 1 kΩ, en R3 = 1 kΩ in serie met R4 = 1,5 kΩ (R1 en R3 aan de pluspool). Hoe groot is de spanning tussen het verbindingspunt van R1 en R2 en het verbindingspunt van R3 en R4? (De stroom door de meting wordt verwaarloosd.)
- A0 V
- B6 V
- C1 V
Antwoord en toelichting tonen
Antwoord: C. 1 V
Het verbindingspunt van R1 en R2 staat (ten opzichte van de minpool) op 10 V × 1/(1 + 1) = 5 V, het verbindingspunt van R3 en R4 op 10 V × 1,5/(1 + 1,5) = 6 V. Het verschil tussen beide punten is 6 − 5 = 1 V, waarbij het verbindingspunt van R3 en R4 hoger staat. Omdat niet aan de evenwichtsvoorwaarde R1/R2 = R3/R4 is voldaan (1 ≠ 1/1,5), ontstaat er een verschilspanning. In brugschakelingen, zoals met rekstrookjes, wordt deze verschilspanning versterkt om zeer kleine weerstandsveranderingen af te lezen.
Verder: nog 9 vragen over Basis van elektrische schakelingen en elektromagnetisme