JFET versus MOSFET: gatestructuur en keuzecriteria vergeleken
Beide zijn veldeffecttransistors waarbij de gatespanning de stroom tussen source en drain regelt. Bij een MOSFET is de gate door een oxide geïsoleerd. Bij een JFET is de gate een in sperrichting voorgespannen pn-overgang die het kanaal dichtknijpt. Daardoor is een JFET normally-on en heeft hij zeer weinig ruis, terwijl bij een MOSFET vrijwel geen stroom door de geïsoleerde gate loopt en miljarden stuks veel gemakkelijker te integreren zijn.
| Kenmerk | JFET | MOSFET |
|---|---|---|
| Gatestructuur | Pn-overgang. Moet in sperrichting voorgespannen blijven | Een metalen gate, door een dun oxide van het kanaal gescheiden |
| Toestand zonder spanning | Normally-on (depletion-type). De gatespanning knijpt het kanaal dicht om de stroom te stoppen | Meestal normally-off (enhancement-type). Depletion-types bestaan ook |
| Gatestroom | Kleine lekstroom in sperrichting. Neemt sterk toe bij voorwaartse voorspanning | In statische toestand vrijwel nul, dankzij het isolerende oxide |
| Ingangsimpedantie | Hoog | Zeer hoog |
| Ruis | Weinig ruis, vooral bij lage frequenties | Hogere laagfrequente (1/f) ruis |
| Gevoeligheid voor statische elektriciteit | Redelijk robuust, omdat er geen kwetsbaar dun gateoxide is | Gevoelig. Elektrostatische ontlading kan het gateoxide beschadigen |
| Integratie | Nauwelijks gebruikt voor grootschalige integratie | De basis van CMOS. Miljarden per chip |
| Belangrijkste toepassingen | Voorversterkers met weinig ruis, ingangstrappen van op-amps, audio- en RF-front-ends, analoge schakelaars | Digitale logica, geheugen, vermogensschakeling en de meeste moderne IC's |
De getalswaarden zijn typische ordegroottes en variëren per procesgeneratie en product.