CMOS versus TTL: logische IC-families vergeleken
TTL (transistor-transistorlogica) bouwt poorten met bipolaire transistors en was sinds de jaren 1960 de standaard digitale familie. CMOS bouwt poorten met complementaire MOS-transistors en heeft TTL daarna vrijwel overal vervangen. Het grote verschil is het vermogen. Een CMOS-poort neemt vrijwel geen stroom op als hij niet schakelt, terwijl een TTL-poort voortdurend stroom opneemt. CMOS heeft ook een groter voedingsspanningsbereik en een grotere ruismarge, en miljarden poorten passen op een chip.
| Kenmerk | TTL | CMOS |
|---|---|---|
| Transistors | Bipolaire transistors. Een multi-emittertransistor aan de ingang | Complementaire nMOS- en pMOS-transistors |
| Statisch vermogen | Hoog. Er loopt ook in rust stroom | Zeer laag. Alleen lekstroom |
| Voedingsspanning | Vast 5 V (ongeveer ±5%) | Breed bereik. Ongeveer 1 V tot 15 V, afhankelijk van de familie |
| Logische niveaus | Laag tot ongeveer 0,8 V, hoog vanaf ongeveer 2,0 V | Ongeveer 30% en 70% van de voedingsspanning |
| Ruismarge | Klein (ongeveer 0,4 V) | Groot (ongeveer 30% van de voedingsspanning) |
| Uitgangsspanningszwaai | Bereikt de voedingsrails niet volledig | Zwaait volledig van massa tot voeding |
| Ingangen | Er loopt stroom. Een niet-aangesloten ingang wordt hoog | Er loopt vrijwel geen stroom, maar ongebruikte ingangen moeten op een vast potentiaal worden gelegd |
| Snelheid | Destijds snel (74S, 74F enzovoort) | Bij moderne families gelijkwaardig of sneller |
| Integratiedichtheid | Laag, door het hoge vermogen | Zeer hoog. De basis van VLSI |
| Belangrijkste toepassingen | Oude systemen, onderwijs, oudere apparatuur | Vrijwel alle moderne digitale chips, inclusief processors en geheugens |
De getalswaarden zijn typische ordegroottes en variëren per procesgeneratie en product.