Basis van elektrische schakelingen en elektromagnetisme

Hoe groot is de vervangingsweerstand als drie weerstanden van 100 Ω, 200 Ω en 300 Ω in serie worden geschakeld?

  1. ACirca 55 Ω
  2. B600 Ω
  3. C200 Ω
Antwoord en toelichting tonen

Antwoord: B. 600 Ω

De vervangingsweerstand van weerstanden in serie is de som van de afzonderlijke weerstanden: 100 + 200 + 300 = 600 Ω. In serie loopt door alle drie dezelfde stroom, en de spanning verdeelt zich in verhouding tot de weerstandswaarden. Legt men bijvoorbeeld 12 V aan, dan is de stroom 12 V/600 Ω = 20 mA en staat er over de weerstanden 2 V, 4 V en 6 V. Schakelt men dezelfde drie weerstanden parallel, dan is de vervangingsweerstand circa 55 Ω, kleiner dan de kleinste weerstand (100 Ω).

Dit onderwerp oefenen Naar de onderwerppagina

Meer vragen over Basis van elektrische schakelingen en elektromagnetisme

  1. Hoe groot is de vervangingsweerstand als een weerstand van 6 Ω en een van 3 Ω parallel worden geschakeld?
  2. Welke beschrijving van de spanningswet van Kirchhoff (tweede wet van Kirchhoff) is juist?
  3. Over een weerstand van 100 Ω wordt een gelijkspanning van 10 V aangelegd. Hoeveel vermogen wordt in de weerstand gedissipeerd?
  4. Welke waarde ligt het dichtst bij de piekwaarde (amplitude) van een sinusvormige wisselspanning met een effectieve waarde van 100 V?
  5. Wat is de frequentie van een sinusvormige wisselspanning met de momentane waarde v = 10 sin(100πt) [V]? (t in seconden)