Basis van elektrische schakelingen en elektromagnetisme

Een sinusvormige wisselspanning met een effectieve waarde van 100 V wordt aangelegd over een weerstand van 50 Ω. Hoe groot is het gemiddelde vermogen dat in de weerstand wordt gedissipeerd?

  1. A100 W
  2. B400 W
  3. C200 W
Antwoord en toelichting tonen

Antwoord: C. 200 W

Met effectieve waarden berekent men het gemiddelde vermogen bij wisselstroom met dezelfde formules als bij gelijkstroom: P = V²/R = 100²/50 = 10.000/50 = 200 W. Gebruikt men in plaats daarvan de piekwaarde (circa 141 V), dan krijgt men 141²/50 ≈ 400 W, het dubbele van de juiste waarde. Het momentane vermogen schommelt met twee keer de netfrequentie tussen 0 en maximaal 400 W; het gemiddelde is 200 W.

Dit onderwerp oefenen Naar de onderwerppagina

Meer vragen over Basis van elektrische schakelingen en elektromagnetisme

  1. Een wisselstroombelasting heeft een werkelijk vermogen van 800 W en een schijnbaar vermogen van 1000 VA. Hoe groot is het blindvermogen? (Spanning en stroom zijn sinusvormig.)
  2. In een symmetrisch driefasensysteem in sterschakeling (Y-schakeling) is de fasespanning (de spanning tussen elke fase en het sterpunt) 100 V (effectieve waarde). Welke waarde ligt het dichtst bij de lijnspanning (effectieve waarde)?
  3. Wat doet men in het algemeen om de arbeidsfactor te verbeteren van een kring met een inductieve belasting zoals een motor?
  4. Wat is de tijdconstante van een RL-schakeling met een spoel met inductantie L = 10 mH in serie met een weerstand R = 100 Ω?
  5. Een weerstand R = 5 Ω en een spoel (wikkelingsweerstand verwaarloosbaar) worden in serie aangesloten op een gelijkspanningsbron met een bronspanning van 10 V, en de schakelaar wordt gesloten. Welke combinatie van de stroom direct na het sluiten en de stroom na voldoende lange tijd is juist?