PN-overgang en diode

Wat gebeurt er met de stroom volgens de diodevergelijking I = Is {exp(qV / nkT) − 1} wanneer in sperrichting een grote spanning wordt aangelegd zonder dat doorslag optreedt?

  1. ADeze wordt oneindig
  2. BDeze blijft toenemen evenredig met exp(qV / nkT)
  3. CDeze wordt constant, vrijwel −Is (verzadigingsstroom in sperrichting)
Antwoord en toelichting tonen

Antwoord: C. Deze wordt constant, vrijwel −Is (verzadigingsstroom in sperrichting)

Bij een grote sperspanning (V sterk negatief) wordt exp(qV/nkT) vrijwel 0 en wordt I ≈ −Is. Omdat bij een sperspanning van enkele kT/q (ca. 0,1 V) of meer een vrijwel constante waarde wordt bereikt, heet het de “verzadigingsstroom”. Is is bij kleinsignaaldiodes van silicium met pA of minder zeer klein. Bij echte diodes komt daar echter de generatiestroom in de uitputtingslaag bij, zodat de stroom met de sperspanning langzaam toeneemt, en bij nog hogere spanning treedt doorslag op.

Dit onderwerp oefenen Naar de onderwerppagina

Meer vragen over PN-overgang en diode

  1. Wat is het juiste doel van een diode die parallel aan een inductieve belasting zoals een relaisspoel wordt geschakeld (vrijloopdiode, flywheel diode)?
  2. Welke capaciteit ontstaat bij een in voorwaartse richting voorgespannen pn-junctie door de opslag van geïnjecteerde minderheidsladingdragers?
  3. Welke uitspraak over het verband tussen de breedte van de uitputtingslaag van een eenzijdige abrupte junctie en de sperspanning V is juist? (wanneer V ruim groter is dan de ingebouwde potentiaal)
  4. Wat is het juiste doel van het aanbrengen van afsluitstructuren zoals een guard ring aan de rand (periferie) van een pn-junctie met hoge doorslagspanning?
  5. Wat is de juiste rol van de weerstand die in serie met de diode wordt geplaatst in een eenvoudige spanningsstabilisatieschakeling met een zenerdiode?