Netwerkontwerp en -beheer

De switches SW1 en SW2 hebben allebei poorten in VLAN 10 en VLAN 20. De twee switches worden met één kabel verbonden, zodat apparaten in hetzelfde VLAN over de switches heen kunnen communiceren. Welke configuratie van de verbindende poorten is geschikt?

  1. AOp beide switches de verbindende poort een accesspoort in VLAN 10 maken
  2. BVLAN 20 opheffen en samenvoegen met VLAN 10, en de verbindende poort een accesspoort in VLAN 10 maken
  3. COp beide switches de verbindende poort een trunkpoort maken en frames versturen met tags volgens IEEE 802.1Q die hun VLAN aangeven
Antwoord en toelichting tonen

Antwoord: C. Op beide switches de verbindende poort een trunkpoort maken en frames versturen met tags volgens IEEE 802.1Q die hun VLAN aangeven

Een accesspoort hoort bij één enkel VLAN en wordt gebruikt om eindapparaten aan te sluiten. Om frames van meerdere VLAN's over één link te vervoeren, wordt de poort een trunkpoort, en elk frame wordt verzonden met een tag volgens IEEE 802.1Q die zijn VLAN-ID bevat. De ontvangende switch leest aan de tag af bij welk VLAN het frame hoort en stuurt het alleen door naar poorten in dat VLAN. Er kan één native VLAN worden gekozen waarvan de frames zonder tag worden verzonden; dat moet aan beide kanten hetzelfde zijn.

Dit onderwerp oefenen Naar de onderwerppagina

Meer vragen over Netwerkontwerp en -beheer

  1. Welke rol speelt het Spanning Tree Protocol (STP) in een netwerk waarin switches met redundante paden zijn verbonden?
  2. Bij STP zijn de bridge-ID's van drie switches bekend: SW1 heeft prioriteit 32768 en MAC-adres 00-00-5E-00-53-01, SW2 heeft prioriteit 61440 en MAC-adres 00-00-5E-00-53-05, en SW3 heeft prioriteit 4096 en MAC-adres 00-00-5E-00-53-0A. Welke switch wordt als root bridge gekozen?
  3. Drie switches, SW1, SW2 en SW3, zijn in een driehoek verbonden met één link tussen elk paar. De root bridge van STP is SW1, en SW2 heeft een lagere bridge-ID dan SW3. Alle links hebben dezelfde padkosten. Welke poort wordt geblokkeerd (stuurt geen frames door)?
  4. Met de standaardtimers duurt het bij klassiek STP (IEEE 802.1D) na een storing ongeveer 30–50 seconden voordat een eerder geblokkeerde poort frames begint door te sturen. Met welk mechanisme schakelt RSTP sneller over?
  5. Vier links van 1 Gbit/s tussen twee switches worden met linkaggregatie gebundeld tot één logische link. Frames worden verdeeld met de gangbare methode die per combinatie van bron- en doeladressen en poortnummers (per flow) een link kiest. Welke waarde ligt het dichtst bij de maximale doorvoer die één TCP-verbinding kan halen?

Vergelijkingen bij dit onderwerp