Netwerkontwerp en -beheer
De switches SW1 en SW2 hebben allebei poorten in VLAN 10 en VLAN 20. De twee switches worden met één kabel verbonden, zodat apparaten in hetzelfde VLAN over de switches heen kunnen communiceren. Welke configuratie van de verbindende poorten is geschikt?
- AOp beide switches de verbindende poort een accesspoort in VLAN 10 maken
- BVLAN 20 opheffen en samenvoegen met VLAN 10, en de verbindende poort een accesspoort in VLAN 10 maken
- COp beide switches de verbindende poort een trunkpoort maken en frames versturen met tags volgens IEEE 802.1Q die hun VLAN aangeven
Antwoord en toelichting tonen
Antwoord: C. Op beide switches de verbindende poort een trunkpoort maken en frames versturen met tags volgens IEEE 802.1Q die hun VLAN aangeven
Een accesspoort hoort bij één enkel VLAN en wordt gebruikt om eindapparaten aan te sluiten. Om frames van meerdere VLAN's over één link te vervoeren, wordt de poort een trunkpoort, en elk frame wordt verzonden met een tag volgens IEEE 802.1Q die zijn VLAN-ID bevat. De ontvangende switch leest aan de tag af bij welk VLAN het frame hoort en stuurt het alleen door naar poorten in dat VLAN. Er kan één native VLAN worden gekozen waarvan de frames zonder tag worden verzonden; dat moet aan beide kanten hetzelfde zijn.