Datasheets lezen

Welke waarde ligt het dichtst bij de positie precies halverwege de schaalstreepjes 10 en 100 in een grafiek met een logaritmische horizontale as?

  1. A50
  2. B55
  3. CCirca 32
Antwoord en toelichting tonen

Antwoord: C. Circa 32

Bij een logaritmische schaal is de positie evenredig met de logaritme van de waarde. Het midden tussen log₁₀10 = 1 en log₁₀100 = 2 is 1,5, dus de waarde is 10 tot de macht 1,5, oftewel √1000 ≈ 31,6. Op dezelfde manier ligt binnen één decade 2 op circa 30% en 5 op circa 70% van de breedte. Grafieken in datasheets, zoals frequentiekarakteristieken en de SOA, hebben vaak logaritmische assen; de schaalverdeling is niet gelijkmatig, dus wie met een lineair gevoel afleest, zit er flink naast. 55 is het rekenkundig gemiddelde van 10 en 100, het midden op een lineaire schaal.

Dit onderwerp oefenen Naar de onderwerppagina

Meer vragen over Datasheets lezen

  1. Wat is het juiste verschil tussen de "absolute maximumwaarden" en de "aanbevolen bedrijfscondities" in een datasheet?
  2. Op een prototype-printplaat wordt een surge gevonden waarbij de voedingsspanning heel even de absolute maximumwaarde overschrijdt. Het IC werkt daarna nog normaal. Welke benadering is juist?
  3. Welke beschrijving van het principe van "derating" van componenten is juist?
  4. Welke beschrijving van "typ (typische waarde)" in de tabel met elektrische karakteristieken is juist?
  5. Een loadswitch (een IC dat de voeding in- en uitschakelt) heeft een gespecificeerde stroombegrenzing van min 1,0 A, typ 1,5 A en max 2,2 A. Je wilt maximaal 1,2 A door de belasting laten lopen. Welke conclusie is juist?