Basis van elektrische schakelingen en elektromagnetisme
Over een ideale condensator wordt een sinusvormige wisselspanning aangelegd. Welke beschrijving van de faserelatie tussen de stroom en de spanning is juist?
- ADe stroom ijlt 90° na op de spanning
- BStroom en spanning zijn in fase
- CDe stroom ijlt 90° voor op de spanning
Antwoord en toelichting tonen
Antwoord: C. De stroom ijlt 90° voor op de spanning
De stroom door een condensator is i = C dv/dt, evenredig met hoe snel de spanning verandert. Bij de nuldoorgang verandert de spanning het snelst en is de stroom maximaal, dus de stroom ijlt 90° (een kwart periode) voor op de spanning. Bij een spoel (inductor) is het door v = L di/dt andersom: de stroom ijlt 90° na; bij een weerstand zijn ze in fase. Omdat spanning en stroom 90° verschoven zijn, neemt een ideale condensator gemiddeld over een periode geen vermogen op.
Verder: nog 9 vragen over Basis van elektrische schakelingen en elektromagnetisme