Analoge en elektronische schakelingen

Hoeveel bedraagt de spanningsversterking van een niet-inverterende versterker met een ideale op-amp bij een weerstand R1 = 10 kΩ aan de ingangszijde en terugkoppelweerstand R2 = 90 kΩ?

  1. A−9 maal
  2. B+9 maal
  3. C+10 maal
Antwoord en toelichting tonen

Antwoord: C. +10 maal

De versterking van een niet-inverterende versterker is 1 + R2/R1, dus 1 + 90/10 = 10 maal, met een uitgang in fase met de ingang. Doordat de ingang rechtstreeks op de niet-inverterende ingang wordt aangesloten, is de ingangsimpedantie zeer hoog, wat het voordeel heeft dat de signaalbron niet wordt belast. De versterking kan niet kleiner dan 1 zijn (bij R2 = 0 een spanningsvolger). Niet te verwarren met −R2/R1 (hier −9 maal) van de inverterende versterker.

Dit onderwerp oefenen Naar de onderwerppagina

Meer vragen over Analoge en elektronische schakelingen

  1. Welke uitspraak over een spanningsvolger (voltage follower) met een op-amp is juist?
  2. Welke uitspraak over het effect van negatieve terugkoppeling op een versterkerschakeling is juist?
  3. Wat betekent een grote CMRR (common-mode rejection ratio) van een differentiële versterker?
  4. Hoeveel dB is een spanningsversterking van 100 maal?
  5. Hoe heet de schakeling waarbij in een inverterende op-ampversterker de terugkoppelweerstand door een condensator is vervangen?

Vergelijkingen bij dit onderwerp