IPv4 versus IPv6: adreslengte, header, adresconfiguratie, NAT en IPsec
IPv4 en IPv6 zijn allebei protocollen van de netwerklaag die pakketten bij hun bestemming afleveren. IPv4-adressen zijn 32 bits, wat maar ongeveer 4,3 miljard adressen oplevert, dus het werd gebruikelijk dat veel apparaten één globaal adres delen via privéadressen en NAT. IPv6 verlengt de adressen tot 128 bits, vereenvoudigt de header tot een vaste 40 bytes en schaft het opsplitsen van pakketten (fragmentatie) door routers onderweg af. De twee zijn echter niet compatibel: een apparaat met alleen IPv4 en een apparaat met alleen IPv6 kunnen niet rechtstreeks met elkaar communiceren. De overgang combineert daarom dual stack (beide tegelijk draaien), tunneling (pakketten van het ene protocol binnen pakketten van het andere vervoeren) en adresvertaling zoals NAT64.
| Kenmerk | IPv4 | IPv6 |
|---|---|---|
| Adreslengte en aantal adressen | 32 bits: 2 tot de macht 32 (ongeveer 4,3 miljard) adressen | 128 bits: 2 tot de macht 128 (ongeveer 3,4×10^38) adressen |
| Notatie | Vier decimale getallen van 8 bits, gescheiden door punten (bijv. 192.0.2.1) | Acht hexadecimale groepen van 16 bits, gescheiden door dubbele punten; voorloopnullen in elke groep, en één reeks nulgroepen als ::, mogen worden weggelaten (bijv. 2001:db8::1) |
| Header | Variabele lengte van 20 tot 60 bytes, met opties en een header-checksum | Vast 40 bytes zonder checksum; opties worden erachter gekoppeld als extensieheaders; het equivalent van TTL is de hop limit |
| Fragmentatie | Routers onderweg, niet alleen de bron, kunnen pakketten opsplitsen (tenzij de DF-bit is gezet) | Routers fragmenteren niet; alleen de bron splitst pakketten, met een extensieheader; de MTU van een link is minstens 1280 bytes |
| Automatische adresconfiguratie | Toegewezen via DHCP (of handmatig ingesteld) | SLAAC, waarbij de host zijn eigen adres opbouwt uit de informatie van router advertisements (RA), of DHCPv6; een link-localadres wordt altijd automatisch aangemaakt |
| Resolutie van MAC-adressen | ARP, dat met een broadcast vraagt | ICMPv6 Neighbor Discovery (NDP), dat met multicast vraagt |
| NAT | Om het adrestekort op te vangen, is het delen van één globaal adres via privéadressen en NAPT gebruikelijk | Zo ontworpen dat elk apparaat een globaal adres krijgt en end-to-end met hetzelfde adres communiceert, omdat er adressen genoeg zijn; NAT wordt in het algemeen niet gebruikt |
| Soorten bestemmingen | Unicast, broadcast, multicast | Unicast, multicast, anycast; er is geen broadcast, multicast neemt die plaats in |
| IPsec | Optioneel, toegevoegd wanneer nodig | Eerdere eisen maakten implementatie verplicht; de huidige eisen (RFC 8504) maken haar aanbevolen. Of het werkelijk wordt gebruikt, hangt bij beide af van de configuratie |
De getalswaarden zijn typische ordegroottes en variëren per procesgeneratie en product.