Basis van draadloze communicatie
Het zendvermogen is 20 dBm, de versterking van de zendantenne 2 dBi, die van de ontvangstantenne 2 dBi, het propagatieverlies 100 dB en de kabelverliezen aan zend- en ontvangstzijde samen 4 dB. Wat is het ontvangen vermogen?
- A−88 dBm
- B−80 dBm
- C−76 dBm
Antwoord en toelichting tonen
Antwoord: B. −80 dBm
Het ontvangen vermogen vind je door bij het zendvermogen in dBm de antenneversterkingen (dBi) op te tellen en het propagatieverlies en de kabelverliezen (dB) af te trekken. Deze berekening heet een linkbudget: 20 + 2 + 2 − 100 − 4 = −80 dBm. Is het kleinste vermogen dat de ontvanger nog correct kan ontvangen (de gevoeligheid) bijvoorbeeld −90 dBm, dan is er een marge van 10 dB (linkmarge). In de praktijk wordt met extra marge ontworpen, omdat het ontvangen vermogen door fading kan dalen.