Basis van programmeren (pseudocode traceren)
Het volgende programma schuift waarden door over drie variabelen. Welke waarden hebben a, b en c nadat het is uitgevoerd?
integer: a ← 1, b ← 2, c ← 3, t
t ← a
a ← b
b ← c
c ← t
- Aa = 2, b = 3, c = 1
- Ba = 2, b = 3, c = 2
- Ca = 3, b = 1, c = 2
Antwoord en toelichting tonen
Antwoord: A. a = 2, b = 3, c = 1
t ← a bewaart de oorspronkelijke waarde van a, 1, in t. a ← b maakt a = 2, b ← c maakt b = 3, en de laatste c ← t zet de bewaarde 1 in c. De drie waarden schuiven elk één plaats naar voren: a = 2, b = 3, c = 1. Wie zonder t c ← a schrijft, krijgt c = 2, omdat a op dat moment al 2 is geworden.
Verder: nog 9 vragen over Basis van programmeren (pseudocode traceren)