Netwerkontwerp en -beheer

192.168.10.0/24 wordt opgesplitst in subnetten voor vestiging A (100 hosts), vestiging B (50 hosts) en vestiging C (25 hosts). Te beginnen bij de vestiging die de meeste hosts nodig heeft, krijgt elke vestiging het kleinste subnet waarin haar hosts passen, aaneengesloten vanaf de laagste adressen. Welk subnet krijgt vestiging C?

  1. A192.168.10.160/27
  2. B192.168.10.192/27
  3. C192.168.10.192/28
Antwoord en toelichting tonen

Antwoord: B. 192.168.10.192/27

Een subnet met h hostbits biedt plaats aan 2^h − 2 hosts. Vestiging A heeft /25 nodig, want 2^7 − 2 = 126 ≥ 100, en krijgt dus 192.168.10.0/25 (.0 tot .127); vestiging B heeft /26 nodig, want 2^6 − 2 = 62 ≥ 50, en krijgt dus 192.168.10.128/26 (.128 tot .191). Vestiging C heeft /27 nodig, want 2^5 − 2 = 30 ≥ 25, en krijgt het volgende blok, 192.168.10.192/27 (.192 tot .223). Subnetten met verschillende prefixlengtes toekennen zoals hier, heet VLSM (subnetmaskers met variabele lengte). Het resterende 192.168.10.224/27 kan verder worden opgesplitst, bijvoorbeeld in /30-subnetten voor links tussen routers.

Dit onderwerp oefenen Naar de onderwerppagina

Meer vragen over Netwerkontwerp en -beheer

  1. Elk van de volgende drie reeksen bestaat uit vier opeenvolgende /24-netwerken. Bij welke reeks kunnen de vier routes worden samengevat tot precies één /22-route zonder adressen buiten de reeks mee te nemen?
  2. De routeringstabel van een router bevat vier routes: 172.16.0.0/12 (next hop router B), 172.16.32.0/19 (router A), 172.16.48.0/20 (router C) en 0.0.0.0/0 (router D). Naar welke router wordt een pakket voor 172.16.45.10 gestuurd?
  3. Vestigingsrouter R2 is met router R1 van het hoofdkantoor verbonden via een link 10.255.0.0/30, met 10.255.0.1 aan de kant van R1 en 10.255.0.2 aan de kant van R2. Welk adres is geschikt als next hop wanneer op R2 een statische route naar het netwerk 192.168.1.0/24 van het hoofdkantoor wordt ingesteld?
  4. Een router heeft routes naar dezelfde bestemming, 192.168.50.0/24, geleerd van zowel OSPF als RIP. Op deze router is de administratieve afstand, die de voorkeur per routebron uitdrukt (lager heeft de voorkeur), 110 voor OSPF en 120 voor RIP. Welke route komt in de routeringstabel?
  5. De routeringstabel van een router bevat drie routes: een statische route 10.0.0.0/8 (next hop router A, administratieve afstand 1), 10.1.0.0/16 geleerd via OSPF (router B, 110) en 10.1.1.0/24 geleerd via RIP (router C, 120). Naar welke router wordt een pakket voor 10.1.1.5 gestuurd?

Vergelijkingen bij dit onderwerp